top of page

OPROEP PROJECTEN: MEER CIRCULARITEIT VOOR TEXTIEL, VOEDSEL OF (WIJK)RENOVATI

Het Fonds Duurzaam Materialen- en Energiebeheer steunt elk jaar 3 projecten die voor een meer circulaire, duurzame omgang met materialen en energie zorgen. Het project ontvangt daarvoor tot 40.000 EUR per jaar. Vernieuwing en samenwerking staan centraal.


Projecten die steun zoeken moeten:

  • inzetten op maatschappelijke innovatie (verandering van mindset, gedragsverandering,…),

  • uitgevoerd worden door interessante, niet-evidente samenwerkingen of partnerschappen,

  • zich richten op onontgonnen sectoren, moeilijkere doelgroepen of collectieve oplossingen,

  • hun resultaat delen zodat hun praktijk repliceerbaar is (of zodat er geleerd kan worden van knelpunten of ‘failures’),

  • theoretisch of praktisch zijn, of de omzetting van theorie naar praktijk katalyseren,

  • een looptijd van minstens 1 jaar hebben.

Een FDME-project opnieuw indienen?

Dat kan voor projecten die:

  • willen opschalen en/of repliceren binnen een nieuwe context,

  • verbeteringen in een projectvoorstel willen doorvoeren (bijvoorbeeld door te leren uit mislukkingen.)

Zowel projecten die het Fonds wel als niet steunde, komen hiervoor in aanmerking.


Steun wordt op jaarbasis verleend en kan worden verlengd. Daarom moedigt het Fonds indieners aan om een visie over meerdere jaren te formuleren.


De oproep werkt met een thema. Voor de oproep van 2023-2024 is het thema ‘Meer circulariteit voor textiel, voedsel en (wijk)renovatie’. Enkel projecten die hiertoe bijdragen, kunnen indienen.


VOOR WIE?

De oproep richt zich tot uiteenlopende organisaties, verenigingen en bedrijven met een sociaal oogmerk. Indieners zijn verenigingen met een rechtspersoonlijkheid (geen feitelijke verenigingen). Ook beroeps- en sectorfederaties horen daarbij, net als bedrijven met een sociaal oogmerk. Initiatieven en organisaties met winstoogmerk worden uitgesloten. Een overheid kan geen project indienen, maar kan wel deelnemen als partner.


Je kan meer informatie terugvinden op de website van de Koning Bouwdewijnstichting.

bottom of page